Onthaasten in De Nederlanden, in Vreeland aan de Vecht
‘Wij hebben een gul culinair hart’
Koetsen en diligences die gasten en goederen afleveren of ophalen, paarden die verzorgd worden, scheepjes op de rivier… in gedachten zie je het allemaal voor je als je in restaurant en boutique hotel De Nederlanden in Vreeland uit het raam kijkt. Naar de historische handbediende ophaalbrug over de Vecht, vlak voor je neus, en naar het maritieme gedoe in en langs het kabbelende water.
Het oorspronkelijke logement dateert uit 1680 en diende als ankerplaats voor de tripjes die welgestelde Amsterdammers maakten naar deze omgeving en een versnapering namen in de iconische herberg. Of er overnachtten en hun paarden lieten verzorgen in het koetshuis.
Energie
Dat koetshuis herbergt nu het restaurantgedeelte van De Nederlanden en in de rest van het pand vonden elf hotelkamers een plek. Sinds 2008 is ’t het werkterrein van Wilco en Caroline Berends, hij met een kookverleden bij De Hoefslag, Marco-Pierre White, De Scholteshof en Merlet, zij eerder werkzaam bij gastronomisch bedrijf Vanilla Venture in Amsterdam.
In de jaren die volgden maakten zij met bewonderenswaardige energie een aan alle eisen voldoende pleisterplaats van De Nederlanden, waar nu gastvrijheid en gastronomie hand in hand gaan en waar de ronde tafels nog gewoon witgedekt zijn. Terecht een van de troeven van Quality Lodgings, het trefpunt van onafhankelijke kwaliteitshotels in Europa.
Huiselijk
Wij hebben het gemijmer aan de rivier achter ons gelaten en vinden een plaatsje in ‘De Herberg’. Balkenplafonds, houten vloeren, schouwen, ringen waaraan ooit de paarden werden vastgezet. “Mensen kunnen hier lekker eten en drinken in een goede setting,” zegt Caroline, “en dat was wat ons voor ogen stond. De inrichting is zoals wij die bij ons en bij onze gasten vinden passen: eigentijds huiselijk. Wijzelf hebben er hard aan gewerkt, maar inmiddels hebben we hier de rust in het ondernemerschap gevonden. We weten dat de mensen het waarderen, we hebben een gul culinair hart.”
Dat laatst blijkt uit wat er volgt: ons smulfeestje begint, na enkele heerlijke amuses, met een proeverij van Irish Mór oesters. Zes stuks, met een zesmaal verschillend garnituur. Eerst met Granny Smith-sorbet, wodka en kaviaar, dan met Noordzeekrab en citrus, en met paling in het groen. Nummer vier met partjes gebakken eendenlever en krokante kippenhuid, naast een oester met Moscow mule-cocktail. En de laatste met hazelnoot, lardo en gekonfijte citroen.
‘Hardloper’
Wow! Wat een explosie van zilte en verfijnde umami-smaken! En wat een plaatje van een gerecht, want elk van die zes schelpdieren wordt geserveerd op een aparte‘drager (variërend van een simpel schaaltje tot een metalen nepkreeft). Verrassend ook dat bij al die bereidingen de oestersmaak overeind blijft. Een ‘hardloper’, dit gerecht, horen we later van de chef (“Mensen rijden er voor om”).
Johan Kragtwijk, maître-sommelier en aanvoerder van een kundige bedienbrigade, schenkt er frisse albariño bij (Terras Gauda). Voortgezet bij een in plakjes gesneden coquille met knolselder, rauw gemarineerd in olijfolie met limoen en zout en opgediend met dashi en XO saus. Ook al zo’n paradepaardje van patron-cuisinier Wilco Berends en zijn uitstekende ‘sous’ Jara Beerling (“eigen kweek, zij werkt hier al zeven jaar”).
Zuurkool
Vervolgens wordt een prachtige Zuid-Afrikaanse blend geschonken van o.a. chenin blanc, semillon, marsanne en viognier uit Swartland (David & Nadia Aristargos). Bij kabeljauw, gemarineerd in olie en limoen, langzaam onder de lamp gegaard en geserveerd met scheermessen, kokkels, jonge zuurkool, gestoofde prei en een boter-wijnsaus met sereh.
Hoofdgerecht: ree van de Veluwe, op de plancha aangebakken, nagegaard in de oven, getrancheerd en botermals opgediend met gebakken cantharellen, poivradesaus en een taartje met reepeper en puntjes rozenbottelgel. Vakwerk. In het glas nu donkerrode Navarrawijn van voornamelijk garnachadruiven.
Tot slot een ‘stroopwafel’ van vanilleparfait, roomijs van stroopwafel en gezouten karamel. Bij glaasje Rivesaltes. Plus, naar de gewoonte van het huis, een ‘verplichte’ soufflé van kwark, vanille en roomijs. Wat een werk! Geen wonder dat Michelin hier een ster, en Gault&Millau 17 punten, aan de gevel plakte.
Klasse hoor, in die eeuwenoude, gastvrije en vooral smakelijke auberge aan de Vecht.
